Artikel 10. Wanneer ben je niet verzekerd?
In artikel 10 van onze Algemene Verzekeringsvoorwaarden staat waarvoor je nooit verzekerd bent. Hieronder lees je voor welke schade je specifiek onder de verkeersrechtsbijstandverzekering niet verzekerd bent.
a. Het kenteken van de auto staat niet op jouw naam.
- Of niet op naam van je partner met wie je samenwoont en die staat ingeschreven op hetzelfde adres in Nederland.
- Of niet op een andere naam waarvoor wij schriftelijk akkoord hebben gegeven.
b. De auto doet mee aan een wedstrijd.
Bijvoorbeeld een snelheidsrit, een behendigheidsrit of training hiervoor.
c. De auto rijdt op een circuit.
Ook als dit circuit deel uitmaakt van de openbare weg.
d. De auto wordt zakelijk gebruikt.
- Bijvoorbeeld om rijles te geven, koerierswerk te doen, maaltijden te bezorgen.
- Bijvoorbeeld voor verhuur of lease.
- Bijvoorbeeld voor betaald personenvervoer, zoals Uber etc.
Let op: je bent wel verzekerd als de auto gebruikt wordt voor ANWB AutoMaatje of als wij schriftelijk akkoord hebben gegeven voor het (deels) zakelijke gebruik.
e. De auto wordt aangeboden via Snappcar, WeGo, MyWheels of een vergelijkbaar platform.
f. De auto wordt gebruikt voor iets wat wettelijk niet mag.
- Bijvoorbeeld als passagiers op een plek in de auto zitten die daar officieel niet voor bedoeld is.
- Bijvoorbeeld dat met de auto wordt gereden terwijl deze niet voldoet aan de wettelijke vereisten.
g. De auto voldoet niet aan de wet (Regeling voertuigen).
- Bijvoorbeeld als de auto geen geldige Algemene Periodieke Keuring (APK) heeft, terwijl deze verplicht is. Als de auto meer dan twee maanden geen geldige APK heeft, terwijl deze verplicht is, dan ben je niet verzekerd.
- Bijvoorbeeld als de (technische) eigenschappen van de auto niet overeenkomen met de (technische) gegevens die geregistreerd staan bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW).
h. De bestuurder mag niet rijden.
- Als de bestuurder geen geldig rijbewijs heeft.
- Als de bestuurder volgens de wet of van de rechter niet mag rijden.
- Als de bestuurder of de coach niet voldoet aan de regels van 2toDrive (begeleid rijden vanaf 17 jaar).
i. De bestuurder van de auto alcohol, drugs, medicijnen of andere bedwelmende stoffen heeft gebruikt.
- De bestuurder is onder invloed van drugs.
- De bestuurder is onder invloed van lachgas.
- De bestuurder is onder invloed van geneesmiddelen:
- Die hij op een andere manier gebruikt dan de arts of apotheek heeft voorgeschreven, of
- Waarvan in de bijsluiter staat dat ze het reactievermogen verminderen. Bijvoorbeeld medicijnen uit de categorieën II en III zoals beschreven op de website rijveiligmetmedicijnen.nl.
- De bestuurder is onder invloed van alcohol.
- Bestuurder heeft zijn rijbewijs langer dan vijf jaar: Een bloed-alcoholgehalte van 0,5 promille of hoger en/of een adem-alcoholgehalte van 220 microgram of hoger.
- Bestuurder heeft het rijbewijs korter dan vijf jaar of bestuurt de auto onder wettelijk toezicht: Een bloed-alcoholgehalte van 0,2 promille of hoger en/of een adem-alcoholgehalte van 88 microgram of hoger.
- De bestuurder werkt niet mee aan een blaastest, speekseltest of bloedtest.
j. De bestuurder vertoont gevaarlijk rijgedrag zoals beschreven in artikel 5a van de Wegenverkeerswet.
- Bijvoorbeeld als de bestuurder een mobiele telefoon vasthoudt of gebruikt tijdens het rijden.
k. De auto heeft een verbod voor rijden op de weg (WOK-melding).
l. De auto is geregistreerd als geëxporteerd bij de RDW.
m. Het geschil ontstaat voor de ingangsdatum van deze verzekering.
Of als de verzekerde toen kon vermoeden dat het geschil zou ontstaan.
Zijn er meer oorzaken waardoor het geschil ontstaat? Dan moet de datum van de eerste oorzaak een latere datum zijn dan de ingangsdatum van deze verzekering.
n. Het geschil ontstaat na de einddatum van deze verzekering.
o. De oorzaak van het geschil ontstaat tijdens de wachtperiode van deze verzekering.
- Met wachtperiode bedoelen wij een periode van drie maanden vanaf de ingangsdatum van deze verzekering.
- Binnen deze wachtperiode kan er geen beroep worden gedaan op deze verzekering.
- De wachtperiode geldt niet als deze verzekering direct aansluitend op een soortgelijke verkeersrechtsbijstandverzekering is afgesloten.
- De wachtperiode geldt niet bij een ongeluk in het verkeer.
p. Verzekerde wordt verdacht van een strafbaar feit.
q. Verzekerde doet iets wat nadelig is voor ons.
Bijvoorbeeld een geschil te laat melden.
Waardoor de behandeling duurder, moeilijker wordt en wij de zaak niet meer zonder de rechter kunnen oplossen.
r. Verzekerde geeft een ander opdracht de zaak te behandelen zonder toestemming van ons.
s. Verzekerde werkt niet mee.
Ook als de verzekerde niet de waarheid vertelt of informatie voor ons achterhoudt.
Artikel 11. Bij welke geschillen is rechtsbijstand niet verzekerd?
a. Geschillen die te maken hebben met een verkeersovertreding of verkeersmisdrijf.
Wel verzekerd als hierdoor een andere verzekerde dan de bestuurder is overleden of gewond is geraakt.
Wel als het geschil een gevolg is van een verkeersovertreding of verkeersmisdrijf door iemand anders dan een verzekerde.
b. Geschillen met betrekking tot onrechtmatig handelen van een verzekerde.
- Als er door verzekerde geen aansprakelijkheidsverzekering is afgesloten.
- Als er door verzekerde wel een aansprakelijkheidsverzekering is afgesloten en het geschil is daarop verzekerd.
c. Geschillen die te maken hebben met deze rechtsbijstandverzekering.
- Ook over de kwaliteit van de rechtsbijstand door onze juristen.
- Ook over de kwaliteit van de rechtsbijstand door deskundigen die onze juristen hebben ingeschakeld.
d. Geschillen die te maken hebben met een zelf gekozen advocaat of andere juridisch deskundige.
Bijvoorbeeld over de kwaliteit van de rechtsbijstand.
e. Geschillen die te maken hebben met financieel onvermogen, faillissement of surséance van betaling.
f. Geschillen die te maken hebben met je bedrijf, kantoor of praktijk.
Ook geschillen tussen vennoten, partners of aandeelhouders. Ook als zij vroeger vennoot, partner of aandeelhouder waren.
g. Geschillen die te maken hebben met zaken die een verzekerde verhuurt.
Bijvoorbeeld een auto.
h. Geschillen waarvan het financieel belang minder bedraagt dan € 500.
Deze beperking geldt niet voor verkeerszaken.
i. Geschillen die te maken hebben met belastingen, toeslagen of belastingrecht.
j. Geschillen die te maken hebben met wetten en regels die voor iedereen gelden.
k. Geschillen die te maken hebben met strafrecht.